10 Tips om te slagen voor je rijexamen

Eindelijk is het dan zo ver, je mag afrijden! Maar wat kun je nu eigenlijk verwachten op een rijexamen? Wat zijn punten waar je op kunt letten?

10 Tips om te slagen!

 

1. Zorg voor een goede voorbereiding

Het allerbelangrijkste is dat je genoeg lessen hebt gehad voordat je kunt afrijden.

Je moet zelf het gevoel hebben dat je er klaar voor bent. Weet zeker dat je een volledige controle over het voertuig hebt. Het examen moet een formaliteit zijn en geen torenhoge berg om tegen op te zien. Als je het rijden voldoende beheerst kun je met een gerust hart een half uur met een examinator rondrijden.

 

2. Maak er niet een te groot punt van

Veel mensen zien zo erg tegen een rijexamen op dat ze geen controle meer over zichzelf hebben. Wees niet bang voor de examinator, hij of zij is er niet op uit om je te laten zakken. Jij maakt gewoon een rit om te laten zien wat je de afgelopen maanden geleerd hebt. Neem jezelf voor om te rijden zoals je dat tijdens de lessen ook doet.

 

3. Bijzondere verrichtingen

Misschien wel het meest gehekelde punt bij leerlingen. Vooral fileparkeren is een gevreesde bijzondere verrichting. Maak je echter niet te druk om deze bijzondere verrichtingen. Ze hoeven niet foutloos te zijn! Het allerbelangrijkste is dat jij je aan de verkeersregels houdt en dat je goed blijft kijken. Als je bij het parkeren een keertje meer moet steken is dit helemaal niet erg. Zorg er enkel voor dat jij geen gevaar voor andere weggebruikers vormt. Bij de omkeeropdracht hoef je niet meteen om te keren als je de opdracht krijgt van de examinator. Rijd gerust nog een klein eindje door zodat je het op jouw gewenste manier kunt doen. Het belangrijkste is dat je de opdracht uitvoert. Wanneer je op een smal weggetje rijdt hoef je dus niet meteen om te keren. Rijd een eindje verder tot je bij een pleintje komt of een kruising zodat je makkelijk kunt keren. Dit moet natuurlijk niet te lang duren, wacht niet minutenlang.

 

4. Luister niet naar tips van anderen

Hoe goed sommige mensen het ook bedoelen, beter kun je niet luisteren naar de tips en fabels die andere mensen je vertellen. Het maakt je van slag en je gaat anders rijden dan je gewend bent. Vaak gaat de tip te ronde dat je de examinator duidelijk moet laten zien dat je goed kijkt. De examinator ziet dit echter ook wel als je dit op een gewone manier doet. Uitgebreid achterom kijken is zelfs gevaarlijk. Rijd niet sneller of langzamer dan anders. Rijd de rit gewoon met de kennis die je vergaard hebt.

 

5. Probeer niet foutloos te rijden

Niemand kan foutloos rijden, zelfs je rij-instructeur en je examinator niet. Wanneer je een klein foutje maakt moet je niet meteen in paniek raken en denken dat je gezakt bent. Het gaat niet om de fout, maar de manier waarop je het oplost.

Streef er niet naar om een foutloze rit te rijden. Je legt de lat daarmee voor jezelf te hoog en begint aan een onmogelijke opgave. Zo is het niet erg wanneer je motor uitvalt wanneer je weg wilt rijden. Blijft rustig en los de situatie veilig op. Kijk goed om je heen, start de motor weer en rijd op een veilige manier weer weg. Probeer nadat je een fout gemaakt hebt de fout weer te vergeten en je te concentreren op de rest van de rit. Laat het los! Het is gebeurd en je kunt er niets meer aan doen.

Maar je hebt daarna nog de tijd om te laten zien wat je waard bent. Geef dus niet meteen op! ( De beoordeling gaat over de structuur van de hele rit en hangt slechts in een klein deel van de gevallen van een enkel incident af).

 

6. Rij zelfverzekerd en besluitvaardig

Geloof in je zelf. Sta achter je beslissingen en durf te rijden. Ook al ben je niet altijd zelfverzekerd, het is de kunst om over te komen of je dit wel bent. Kom niet twijfelachtig over bij andere bestuurders, juist dan maak je fouten.

Als je voorrang hebt, neem die dan en aarzel niet te lang. De ander zal dan de voorrang van je nemen of er zullen ergernissen ontstaan. Toon initiatief in het verkeer en laat je examinator zien dat je actief deelneemt. Wanneer je onzeker overkomt zal dit invloed hebben op je geloofwaardigheid als een bekwame chauffeur. Het belangrijkste is dat iemand zich veilig voelt bij jou in de auto.

 

7. Snelheid

Hecht hier niet te veel waarde aan. Het maakt de examinator niet uit of jij 52 km of 47 km rijdt. Het belangrijkste is dat jij je snelheid aanpast bij de situatie. Zo kan de situatie van je vragen dat je even wat langzamer moet rijden dan de toegestane snelheid, omdat er bijvoorbeeld een vrachtwagen aan het laden en lossen is. Wanneer het mogelijk is, rijdt zo vlot mogelijk door. Dit zorgt voor een goede doorstroming.

 

8. Voor het examen

Zorg voor het examen voor een goede nachtrust. Ga niet te laat naar bed en slaap niet te lang uit. Probeer niet te veel te denken aan het examen, hoewel dit misschien moeilijk is. Probeer je te ontspannen. Het gerucht gaat de ronde dat het eten van een banaan zorgt voor een betere concentratie en alertheid. Dit kun je altijd proberen. Neem geen versuffende medicijnen tegen de zenuwen. Deze hebben vaak een negatieve invloed op je alertheid en ze schaden meer dan dat je er baat bij hebt.

 

9. Laat je rijinstructeur/trice meerijden

Laat je instructeur/trice meerijden bij het rijexamen. Hij/zij weet dan welke fouten je gemaakt hebt bij het rijexamen, mocht je zakken. Zij kunnen je dan beter helpen bij het voorbereiden op het volgende rijexamen om deze punten te verbeteren.

 

10. Stel je op de hoogte van de examensituatie vraag ernaar bij je instructeur/trice